Een geschiedenis van taakstraffen

Carin Veders 19-7-2019 18:27
Categorieën: Columns

Het is een beetje onopgemerkt gebleven, maar dit jaar markeert de dertigste verjaardag van wat destijds een revolutionair nieuw instrument was om delicten te bestraffen: de taakstraf. Bij Matchpartner hebben we er direct mee te maken: sinds 2009 zijn we een van de partijen die de begeleiders van de taakgestraften, oftewel werkmeesters bemiddelen.

In 1989 werd de wet van kracht die toen de wet Onbetaalde Arbeid Ten Algemenen Nutte genoemd werd. Een wet die de taakstraf formaliseerde, en daarmee voer leverde aan drie decennia discussies in de bruine cafés van Nederland. En in de tijd van social media is de uitvoering nog ingewikkelder geworden.

Het begon allemaal met de Arnhemse IJzervlechterszaak in 1971. Politierechter Dankert Cornelis de Kempenaer bepaalde dat drie ijzervlechters na een mishandeling voorwaardelijke gevangenisstraf kregen. Onder de bijzondere voorwaarde dat zij werkzaamheden moesten verrichten in een verpleeghuis, een sociaal pedagogisch centrum en een revalidatiecentrum.

In de jaren erna werd deze benadering steeds meer gemeengoed, met goede resultaten. Er was een nieuw mensbeeld ontstaan in de jaren zestig, het idee: iedereen verdient een tweede kans. Gechargeerd gezegd: iedere crimineel kan genezen worden door positieve aandacht. Of zoals psychiater en gevangenisdirecteur Pieter Baan, bekend van het Centrum, het gezegd zou hebben: “Geef mij genoeg geld en ik genees alle psychopaten.”

Het was een verfrissende nieuwe benadering. Nog steeds vinden we dat niemand beter wordt van opsluiting. Als gevangene leer je er criminele kneepjes bij en alle zaken die een gezond fundament kunnen bieden raak je kwijt: huis, baan, relatie. Bovendien is een taakstraf veel goedkoper: momenteel kost het de Staat €100 per dag, tegenover €230 voor een dagje brommen.

Sinds de jaren tachtig is er een onstuitbare trend ingezet om meer taakstraffen uit te delen. De laatste tien jaar legt de Nederlandse rechter zelfs meer taakstraffen op dan vrijheidsstraffen. Maar het mensbeeld is inmiddels wel veranderd.

Onvermijdelijk kwam de tegenreactie vanuit de maatschappij. De kritische televisie-uitzending “Moord, doodslag, taakstraf” in 2007 maakte veel los. Bestrafte delinquenten toonden voor de camera weinig berouw en benadrukten dat de taakstraf niet voelde als een straf. Onder hen bleken zich ook geweld- en ontuchtplegers te bevinden. Hoewel achteraf uit onderzoek bleek dat er een vertekenend beeld geschetst was, kwam het kabinet met maatregelen om de taakstraf in te perken. Ernstige geweldplegers, zedenmisdadigers en hardnekkige recidivisten werden uitgesloten.

Inmiddels is er ook een nieuwe werkelijkheid dankzij de sociale media. Dertig jaar geleden werd een taakstraf gezien als een gunst aan de veroordeelde, die dan ook dankbaar en in stilte zijn of haar straf uitvoerde. Nu worden er grappige YouTube-filmpjes over gemaakt en satirische sketches op tv.

De in herhaling vallende dronken wegpiraten Rapper Boef en Dave Roelvink staan gniffelend de pers te woord na het ontvangen van 40 of 80 uur. Het is een gelegenheid om media-aandacht te genereren, al dan niet vastgelegd door treitervloggers. Een geschiedenis van taakstraffen als een soort statussymbool.

Rechters reageren op de nieuwe mondigheid door de straffen aan te passen. Treitervloggers moeten positieve en complimenteuze vlogs maken. Mensen die graffiti hebben aangebracht of treinstellen verwoest moeten terug naar de crime scene en schoonmaken of klussen.

Voor de mensen die wij bemiddelen, de werkmeesters, maakt het niet uit. Zij zijn gewend het leven te nemen zoals het komt en voeren nuchter, maar gedecideerd de regie. Aan hen de lastige taak de regels van de maatschappij in te prenten en een soort van inkeer te bewerkstelligen. Daarvoor verdienen ze ons eeuwige respect.

Carin Veders
Op persoonlijke titel geschreven



Reageer